Kleine jongen naast man op groentekar uit 1950

Papa, wij hebben nooit geknuffeld

De pijn die wij erven

Papa, wij hebben eigenlijk nooit geknuffeld hè?
En je vroeg aan mij: Wat bedoel je, wat is dat knuffelen?
Ik deed het voor. Ik pakte mijn vader beet.
Hij wreef ongemakkelijk over mijn rug.
Het voelde onwennig. Hij wist niet goed hoe het werkte.

“Mijn moeder heeft mij nooit liefde gegeven.
En ik denk eigenlijk… mijn vader ook niet.”

Dat zijn zijn eigen woorden.
Bijna tachtig is hij nu.
En nog steeds zo ver van zichzelf verwijderd.
Voor het eerst dat ik hem deze woorden heb horen uitspreken.
Dit raakte mij.

Mijn oordeel over hem

Heel lang heb ik geoordeeld over mijn vader.
Het gevoel gehad dat hij me in de steek had gelaten.
Dat hij er niet voor me was.
Dat hij zijn vriendinnen altijd liet domineren.
Hij maakte zichzelf klein.
Hij kwam niet op voor zichzelf, laat staan voor mij.

Hij voelt zich in de kern minderwaardig.
Hij heeft geen idee wat emoties zijn. Geen idee!

Het leven ging snel

Toen zei hij tegen mij:

“Eigenlijk is het leven wel zwaar geweest.
Ik heb gewoon gedaan wat ik dacht dat goed was…
Maar ik had echt geen idee.
Het ging ook allemaal zo snel.
Ik snap er niks van.”

En toen vroeg ik:
“Papa, als je nu terugkijkt op je leven… zou je dingen anders hebben gedaan?”
Hij zei na een lange stilte:

“Ja. Zeker. Maar ik toen wist het gewoon niet beter.”

Hij zei ook:

“Ik heb jullie vaak ergens ondergebracht, weg van huis”
En ik zei:
“Ja papa, dat voelde heel eenzaam.”
En hij keek me aan en zei met een klein knikje en instemmend:
“Ja.”

Een glimp van zijn eenzaamheid

Tijdens dat gesprek, met die blik voelde ik ineens iets.
De eenzaamheid van mijn vader.
Een stilte waarin iets aangeraakt werd.
Heel klein. Maar voelbaar.

Ik zei:
“Papa, jij bent de enige die nog over is.
Jouw vader en moeder zijn er niet meer.
Je broers en zusje ook niet…
Hoe is dat voor jou?”

Hij antwoordde zacht:

“Als ik doodga… zullen er niet zoveel mensen bij mijn begrafenis zijn.”

En daar…
Dáár raakte hij even iets.
Heel even. Iets echts. Iets dieps.
Een glimp van de eenzaamheid waar hij zijn hele leven omheen heeft geleefd.
Omdat hij nooit geleerd heeft hoe je daarbij komt.
Hoe je erbij blijft.

Een man die gewoon hielp

Deze foto van hem, als kleine jongen op een groentekar: de ijzeren hond.
Daar zit hij.
Hij deed dat gewoon.
Zonder nadenken.
Hij hielp.
Altijd.

Hij deed wat nodig was,
zoals zovelen van zijn generatie.
Zonder vragen, zonder voelen.
En terwijl hij zo leefde…
ging het leven aan hem voorbij.
Onbewust. Onbewust.

Wat we niet aankijken, geven we door

Sinds ik werk met voorouderheling, ben ik deze gesprekken anders gaan voeren.
Met openheid. Met zachtheid. Met nieuwsgierigheid.

“Papa, hoe was het eigenlijk voor jou?
Hoe waren jouw ouders dan?
Wat heb jij als kind gevoeld?
Waarom denk je dat jouw moeder jou geen liefde kon geven?”

Het is niet zomaar iets.
Daar zit iets áchter.
Een pijn. Een onvermogen. Trauma. Iets waar nooit over gesproken werd.
Iets wat van generatie op generatie is doorgegeven.

En dit zijn de dingen waar ik in mijn praktijk bij stilsta.
Want wat we niet aankijken, geven we door.
En wat we voelen, kunnen we helen.

Dat stille verdriet

Mijn vader was altijd aan het helpen.
In zijn familie deed niemand het, maar hij wel.
Hij zette zichzelf altijd op de laatste plek.
Dienstbaar.
Maar volledig onbewust.

Hij wist niet dat hij zichzelf daarmee kwijt raakte.
Hij wist niet dat hij leefde vanuit angst.
Dat hij zich liet domineren.
Zichzelf klein hield.
Bang om zijn plek in te nemen.

En ergens…
draagt hij het nog steeds.
Die minderwaardigheid.
Die eenzaamheid.
Dat stille verdriet.

Alles in mij gedragen

En ik?
Ik heb dat allemaal in mij gedragen.

Ik heb mezelf jarenlang afgewezen. Ik heb mijzelf klein gemaakt.
Ik heb mezelf uitgeput met anorexia en boulimia.
Me verdoofd met wijn en drugs.

Relaties lukten niet.
Altijd dat wantrouwen.
Die angst om wéér afgewezen te worden.
Het gevoel niet goed genoeg te zijn.
Geen plek te mogen innemen.

Net als mijn vader ben ik in de helpersrol gestapt.
Ik was de pleaser. De redder.
Maar diep vanbinnen…
voelde ik geen bestaansrecht.

Voorouderheling bracht me thuis

En nu…
Nu heb ik mogen reizen door mijn systeem.
Door mijn jeugd. Mijn geboorte.
Door de vrouwenlijn.
Door de mannenlijn.
Door al die mechanismen die ooit dienden,
maar die mij nu klein hielden.

En met grote dankbaarheid kijk ik naar de begeleiding van mijn leraar Maarten Oversier.
Dankzij hem, het medicijnwiel en voorouderheling,
ben ik door lagen gegaan die ik niet alleen had kunnen openen.
Lagen die terugvoeren naar waar het echt begon.

En ik bén iets anders gaan voelen:
bestaansrecht.
Ruimte.
Zachtheid.
Liefde.

Waarom ik doe wat ik doe

Daarom doe ik wat ik doe.
Daarom begeleid ik mensen.

Want trauma stopt niet vanzelf.
Het leeft in ons lichaam. In onze relaties. In onze keuzes.

Ik begeleid mensen bij ontwikkelingstrauma, bij peri-en prenatale trauma, bij voorouderlijke thema’s die zich keer op keer herhalen.
Omdat ik weet wat het is, om vast te zitten in pijn die niet van jou is.
In patronen die je niet begrijpt.
In een leven dat voelt als overleven.

Ik help je om terug te keren naar jouw plek.
Jouw kern.
Jouw waarheid.

Zodat jij ook ruimte kunt innemen in dit leven.
In je relaties.
In wie jij werkelijk bent.

Want pas als we onszelf weer kunnen zien, kan liefde weer stromen.
In jezelf, en naar de ander.

Een uitnodiging

Voor mij is het heel waardevol om deze gesprekjes te voeren nu het nog kan en ik voel dat mijn vader dit ook zo ervaart, op zijn manier.

Als je een mogelijkheid ziet, ga het gesprek eens aan met je ouders, of je opa en oma.
Ga eens vragen wat ze hebben meegemaakt. Wees eens nieuwsgierig naar de verhalen van je voor-ouders. Wat hebben ze meegemaakt en hoe is het voor hen geweest. Je krijgt niet alleen helderheid in je eigen patronen maar je helpt ook je voor-ouders om te delen wat ze toen niet konden maar wat nu wellicht verlichtend kan zijn.

Liefs, Esther

Gerelateerde artikelen

Voor-ouderheling: Oude wonden helen

Voor-ouderheling: Oude wonden helen

Voor veel mensen in het Westen voelt het vreemd om contact te maken met een overleden voorouder. “Hoe kan ik iets voelen wat er niet meer is?” denken we. We zijn opgegroeid met het idee: wat je niet ziet, bestaat niet. Voor inheemse volkeren is dit heel natuurlijk Zij leven in en met de natuur, […]
Lees blog
Papa, wij hebben nooit geknuffeld

Papa, wij hebben nooit geknuffeld

Papa, wij hebben eigenlijk nooit geknuffeld hè?En je vroeg aan mij: Wat bedoel je, wat is dat knuffelen?Ik deed het voor. Ik pakte mijn vader beet.Hij wreef ongemakkelijk over mijn rug.Het voelde onwennig. Hij wist niet goed hoe het werkte. “Mijn moeder heeft mij nooit liefde gegeven.En ik denk eigenlijk… mijn vader ook niet.” Dat zijn […]
Lees blog