Ik ben opgegroeid in een wereld van angst. Mijn moeder was emotioneel onbereikbaar, ze worstelde met haar eigen demonen en deed meerdere pogingen om uit het leven te stappen. Mijn vader was ook niet echt. Geen liefde, geen troost, geen verbinding. Alleen leegte en afstand. Als kind weet je niet dat dit niet normaal is. Jouw wereld is de enige wereld die je kent. Dus je past je aan. Je maakt jezelf klein. Je houdt je stil. Je zorgt voor anderen, omdat dat de enige manier is om erbij te horen.
Ik was vier jaar oud toen ik naast mijn moeder lag terwijl ze elektroden op haar gezicht had om haar pijn te verlichten. Ik was bang en durfde niet te slapen. Ik hield haar in de gaten. Dat was mijn taak geworden, niet omdat iemand het mij had opgedragen, maar omdat ik geen andere keus zag.
De imprints die blijven
Op mijn twaalfde gingen mijn ouders scheiden. Mijn moeder deed vaak pogingen. Mijn vader bracht mij dan onder bij buren, vrienden, familie, onbekende of naar het kindertehuis. Dit gebeurde vaak. Ik voelde me volledig weggezet, alleen gelaten met het gevoel dat ik het zelf maar moest uitzoeken. Het gevoel van onveiligheid en eenzaamheid werd een diepe imprint.
In die jaren werd ik fysiek en emotioneel mishandeld door verzorgers. Gepest en seksueel belaagd op school. Geïntimideerd door een stiefvader, wat mijn moeder niet geloofde. Geslagen door een stiefmoeder die me negeerde daarna. Elke keer opnieuw: de wereld is niet veilig. Jij telt niet mee. Op mijn zeventiende ging ik zelfstandig wonen. Niet omdat ik er klaar voor was, maar omdat dit voor mij de enige uitweg leek.
Wat het deed
Mijn hele leven was gericht op overleven. Ik ontwikkelde anorexia en boulimia. Raakte verslaafd aan drugs en alcohol. Werd een perfectionist die alles en iedereen probeerde te controleren. Ik werkte mezelf keer op keer in een burn-out. Ik trok relaties aan die herhaalden wat ik kende, onbereikbaarheid, mishandeling, verraad.
En toen mijn dochter vier maanden oud was, pleegde mijn moeder zelfmoord. Ik was 28. Het was een schok, maar eerlijk gezegd waren de diepste wonden al eerder geslagen. De afwezigheid, de onveiligheid, de afstand, het nooit goed genoeg zijn, dát was de echte pijn.
De weg terug
Ik ben niet vanzelf beter geworden. Ik heb er keihard voor gewerkt. Jarenlang. Regressie, lichaamswerk, ademhaling, voorouderlijk werk, laag voor laag heb ik de imprints doorvoeld en losgelaten. Was dat prettig? Nee. Was het effectief? Absoluut. Ik voel me nu blij. Ik leef. Ik kan terugkijken op mijn verleden zonder erdoor overspoeld te worden. Niet omdat het niet meer bestaat, maar omdat het zijn lading heeft verloren. Ik heb mijn eigenheid gevonden. Het gevoel dat ik er mag zijn. Dat ik mezelf mag vertrouwen.
Waarom ik dit deel
Niet om medelijden. Niet om indruk te maken. Maar omdat ik wil laten zien dat wat we als “klein” trauma beschouwen, emotionele afwezigheid, geen liefde, geen geborgenheid, niet gezien worden, nooit genoeg zijn, diepgaande effecten kan hebben op je hele leven.
En omdat ik wil dat jij weet: ik ken de weg van binnenuit. Niet uit boeken, maar uit mijn eigen lichaam en mijn eigen leven. De voelsprieten die ik als kind heb ontwikkeld om te overleven, zijn nu mijn talent. Ik voel wat er onder de oppervlakte speelt. Ik herken de pijn achter het patroon. En ik weet hoe het is om door die pijn heen te gaan, en er vrijer uit te komen.
Loop jij vast?
Resoneert dit bij je? Misschien herken je iets van jezelf in mijn verhaal. Misschien weet je al lang dat er iets diepers speelt, en heb je het nog niet aangedurfd. Je mag me bellen. Gewoon even kennismaken. Ik hoor je verhaal graag.
Liefs, Esther


